Kantoren verbruiken 123 kWh per vierkante meter, Paris Proof vraagt er 70
Het gemiddelde werkelijke verbruik van deelnemende kantoren ligt op ongeveer 123 kilowattuur per vierkante meter per jaar, terwijl de Paris Proof-norm voor kantoren rond de 70 ligt. Dat is een reductie van bijna tweederde. Opvallend in dezelfde meting: eindgebruikers gingen er gemiddeld iets op achteruit terwijl toeleveranciers meer dan de helft verbeterden.
- Gemiddeld werkelijk verbruik deelnemende kantoren: circa 123 kWh per vierkante meter
- Paris Proof-norm voor kantoren: ongeveer 70 kWh per vierkante meter
- Eindgebruikers gingen er 6 procent op achteruit, toeleveranciers 51 procent vooruit
- WEii dekt inmiddels circa 17 procent van het Nederlandse utiliteitsoppervlak
Paris Proof is de norm die aangeeft hoeveel energie een gebouw mag gebruiken om binnen de klimaatafspraken te passen. Het interessante is niet de norm zelf maar het gat ertussen en de werkelijkheid, en wie dat gat wel en niet dicht.
Het getal
is het gemiddelde werkelijke verbruik van deelnemende kantoren, tegenover een Paris Proof-norm van ongeveer 70 kWh per vierkante meter
Een reductie van 123 naar 70 is bijna tweederde eraf. Dat haalt u niet met één maatregel, en ook niet met alleen isoleren of alleen een warmtepomp.
Belangrijk om te begrijpen: dit gaat over werkelijk verbruik, niet over een theoretische berekening zoals bij het energielabel. Dat verschil is de kern van waarom Paris Proof en WEii bestaan. Een gebouw kan op papier goed scoren en in de praktijk fors meer gebruiken, bijvoorbeeld doordat de installatie niet goed staat ingeregeld of doordat het gebruik anders is dan aangenomen.
Het detail dat opvalt
In dezelfde meting gingen eindgebruikers er ruim zes procent op achteruit terwijl toeleveranciers ruim vijftig procent verbeterden.
Dat vraagt om een verklaring. Toeleveranciers hebben over het algemeen minder gebouwen, meer technische kennis in huis en een direct commercieel belang bij het verhaal. Eindgebruikers hebben grotere en gemengde portefeuilles, minder technische capaciteit en concurrerende prioriteiten.
Maar er speelt waarschijnlijk iets fundamentelers: verbeteren is niet hetzelfde als verbeterd blijven. Een gebouw dat na een ingreep goed presteert, kan binnen een jaar terugzakken doordat instellingen verschuiven, gebruik verandert of onderhoud iets terugzet. Zonder continue meting merkt niemand dat.
Waarom het gat zo groot is
Het verschil tussen 123 en 70 bestaat uit drie lagen, en ze vragen elk iets anders.
De schil. Isolatie, glas, kierdichting. Duur, ingrijpend, en bij huurpanden vaak niet aan u.
De installatie. Rendement van opwekking, distributieverliezen, regeling. Middelgrote investeringen met een redelijke terugverdientijd.
Het gebruik en de inregeling. Wanneer draait wat, op welke setpoints, hoe lang, en klopt dat met wanneer het gebouw wordt gebruikt. Deze laag kost het minst en wordt het vaakst overgeslagen.
Het lastige is dat de derde laag onzichtbaar is zonder meting. Een gebouw dat 's nachts doorstookt of dat verwarmt en koelt tegelijk, ziet er van buiten precies hetzelfde uit als een gebouw dat dat niet doet.
Waar de markt staat
WEii, de eenheid waarin werkelijk energiegebruik wordt uitgedrukt, dekt inmiddels ongeveer zeventien procent van het totale Nederlandse utiliteitsgebouwoppervlak. Honderdvijfentwintig organisaties met een Paris Proof-commitment beheren samen ruim negenhonderd kantoren, goed voor 5,7 miljoen vierkante meter.
Dat is aanzienlijk, en tegelijk betekent het dat ruim tachtig procent van het utiliteitsoppervlak niet op werkelijk verbruik stuurt.
De DGBC constateerde in september 2025 dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 haalt, en dat de gebouwde omgeving slechter presteert dan geraamd.
Wat u er nu mee kunt
Begin met vaststellen waar u staat. Werkelijk verbruik per gebouw, gedeeld door de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580, geeft uw eigen kilowattuur per vierkante meter. Dat is een getal dat u kunt vergelijken met de norm en met uw eigen andere panden.
Kijk daarna eerst naar de derde laag. Die kost het minst, is het snelst zichtbaar, en is bovendien de enige laag die weer wegzakt als u er niet naar blijft kijken.
Asset Circles meet het werkelijke verbruik per gebouw en laat zien waar het heen gaat, zodat u weet welke ingreep het verschil maakt en welke niet. Wilt u weten waar uw panden staan ten opzichte van de norm, neem dan contact op. Plan een gesprek.
Bronnen
Gerelateerde vragen
BVO of GO: waarom uw kWh per vierkante meter niet klopt met het energielabel
NEN 2580 onderscheidt bruto vloeroppervlak, gebruiksoppervlakte en verhuurbaar vloeroppervlak, en die verschillen onderling al gauw tien tot twintig procent.
Lees het antwoord →Het laatste Nederlandse onderzoek naar de inregeling van installaties is uit 2005
Het enige kwantitatieve Nederlandse onderzoek naar de kwaliteit van gebouwinstallaties dateert van april 2005.
Lees het antwoord →Driekwart van de zorginstellingen stuurt op werkelijk verbruik, met een Excel-bestand
Ongeveer 75 procent van de zorginstellingen gebruikt WEii om op werkelijk energieverbruik te sturen, via de Excel-tool van het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg.
Lees het antwoord →Wilt u dit voor uw eigen gebouwen weten?
We kijken graag met u mee naar wat uw installatiedata laat zien.
Plan een gesprek →Of bel direct: +31 88 410 2600