Het laatste Nederlandse onderzoek naar de inregeling van installaties is uit 2005
Het enige kwantitatieve Nederlandse onderzoek naar de kwaliteit van gebouwinstallaties dateert van april 2005. De cijfers eruit worden nog dagelijks geciteerd: gemiddeld 25 procent hoger energiegebruik dan verwacht mocht worden, in 85 procent van de gevallen onvoldoende kwaliteit van beheer en onderhoud, en in 39 van de 40 onderzochte gebouwen afwijkingen tussen ontwerp en uitvoering. In eenentwintig jaar is er geen herhaalmeting gedaan.
- Het onderzoek is van TNO en Halmos, in opdracht van RVO, april 2005
- Gemiddeld 25 procent hoger energiegebruik dan op basis van de techniek verwacht mocht worden
- In 85 procent van de gevallen was de kwaliteit van beheer en onderhoud onvoldoende
- In 39 van de 40 gebouwen weken uitvoering en ontwerp van elkaar af
Als u een presentatie over energieverspilling in gebouwen bijwoont, is de kans groot dat er een cijfer voorbijkomt over hoeveel installaties verkeerd staan ingeregeld. Vrijwel altijd komt dat cijfer uit hetzelfde rapport, en vrijwel nooit wordt erbij verteld hoe oud het is.
Het rapport
is de datum van het laatste kwantitatieve Nederlandse onderzoek naar de kwaliteit van inregeling van gebouwinstallaties
TNO en adviesbureau Halmos onderzochten veertig gebouwen. De bevindingen:
| Bevinding | Uitkomst |
|---|---|
| Hoger energiegebruik dan op basis van de techniek verwacht | gemiddeld 25% |
| Besparing bij optimalisatie van cv-installaties in bestaande bouw | gemiddeld 23% op gas |
| Kwaliteit van beheer en onderhoud onvoldoende | in 85% van de gevallen |
| Afwijkingen tussen ontworpen en gerealiseerde voorzieningen | in 39 van de 40 gebouwen |
Die cijfers zijn indrukwekkend en ze worden nog steeds gebruikt. Terecht, want er is niets beters. En dat is precies het probleem.
Wat er sindsdien is gebeurd
Sinds 2005 is er veel veranderd. Gebouwbeheersystemen zijn gemeengoed geworden. Er zijn energielabels gekomen, een energiebesparingsplicht, een informatieplicht, BENG-eisen, en sinds dit jaar een GACS-verplichting. Warmtepompen hebben ketels vervangen. Er zitten sensoren in gebouwen die er in 2005 niet waren.
Geen van die veranderingen heeft geleid tot een nieuwe meting van hoe goed installaties werkelijk draaien.
Wat er wel is, zijn deelmetingen. WEii verzamelt werkelijk verbruik en dekt inmiddels ongeveer zeventien procent van het Nederlandse utiliteitsoppervlak. De DGBC meet dat deelnemende kantoren gemiddeld 123 kilowattuur per vierkante meter gebruiken tegen een Paris Proof-norm van ongeveer 70. TNO monitort het totale energiegebruik van de gebouwde omgeving.
Maar die metingen zeggen hoeveel er wordt verbruikt, niet waarom. Ze scheiden niet het gebouw van de installatie van de inregeling.
Waarom niemand het opnieuw heeft gemeten
Er zijn een paar plausibele verklaringen, en ze zeggen iets over de sector.
Het is duur. Veertig gebouwen inspecteren en doormeten kost veel geld en levert een onwelkome boodschap op.
Het belang ligt verspreid. Een installateur heeft geen belang bij een rapport over slechte inregeling. Een gebouweigenaar heeft geen budget voor onderzoek dat verder gaat dan zijn eigen portefeuille. Een adviesbureau kan het niet financieren uit een opdracht.
En tot voor kort was het technisch lastig. Om te weten of een installatie goed draait, moet u hem langere tijd volgen. Dat betekende in 2005 iemand met een laptop in een technische ruimte.
Wat er nu wel kan
Dat laatste is veranderd, en dat is de reden dat dit artikel bestaat.
Installaties die continu worden uitgelezen leveren precies het soort gegevens waar dit onderzoek destijds handmatig naar op zoek moest. Verbruik per kwartier, aanvoer- en retourtemperaturen, draaiuren, setpoints, en wat daarvan afwijkt van wat verwacht mag worden.
Dat betekent dat een herhaalmeting nu haalbaar is zonder veertig gebouwen fysiek te bezoeken. Niet als eenmalig rapport maar als doorlopende meting die elk jaar bijwerkt.
Wat wij gaan doen
Wij monitoren installaties in Nederlandse gebouwen en die dataset groeit. Wij zijn van plan daaruit een actuele Nederlandse nulmeting te publiceren: geanonimiseerd, geaggregeerd, met de methode erbij zodat iedereen kan zien hoe we tot de cijfers komen.
Dat wordt geen vervanging van het onderzoek uit 2005, want de opzet is anders en de steekproef is anders samengesteld. Het wordt wel het eerste actuele Nederlandse cijfer in eenentwintig jaar.
Wat u ondertussen kunt doen
Wees kritisch op cijfers over installatiekwaliteit die u tegenkomt. Vraag naar de bron en het jaartal. Als het antwoord uitblijft, is de kans groot dat het uit 2005 komt.
En wees dat ook over uw eigen gebouwen. De vraag of uw installaties doen wat ze zouden moeten doen, is niet te beantwoorden met een conditiemeting of een keuringsrapport. Daarvoor moet u ze volgen terwijl ze draaien.
Asset Circles meet continu hoe installaties in Nederlandse gebouwen werkelijk presteren. Wij werken aan een actuele Nederlandse nulmeting op basis van die gegevens, geanonimiseerd en met de methode erbij. Wilt u dat wij uw gebouwen daarin meenemen, neem dan contact op. Plan een gesprek.
Bronnen
Gerelateerde vragen
Kantoren verbruiken 123 kWh per vierkante meter, Paris Proof vraagt er 70
Het gemiddelde werkelijke verbruik van deelnemende kantoren ligt op ongeveer 123 kilowattuur per vierkante meter per jaar, terwijl de Paris Proof-norm voor kantoren rond de 70 ligt.
Lees het antwoord →Conditiegericht of voorspellend onderhoud: wat is het verschil eigenlijk?
Conditiegericht onderhoud grijpt in op basis van de gemeten toestand van een installatie nu.
Lees het antwoord →Warmtepomp in de utiliteit: 26 procent verschil tussen goed en slecht ingeregeld
Recent onderzoek laat een prestatiekloof zien tussen goed en slecht ingeregelde warmtepompen van ongeveer 26 procent van de stookkosten, met seizoensrendementen van 2,8 tegenover 3,9.
Lees het antwoord →Wilt u dit voor uw eigen gebouwen weten?
We kijken graag met u mee naar wat uw installatiedata laat zien.
Plan een gesprek →Of bel direct: +31 88 410 2600