Warmtepomp in de utiliteit: 26 procent verschil tussen goed en slecht ingeregeld
Recent onderzoek laat een prestatiekloof zien tussen goed en slecht ingeregelde warmtepompen van ongeveer 26 procent van de stookkosten, met seizoensrendementen van 2,8 tegenover 3,9. Bij de lage waarde kan elektrisch verwarmen duurder uitpakken dan gas. De onderzoekers wijzen op ontwerp en inregeling, niet op de techniek zelf. Belangrijk voorbehoud: dit is Brits en residentieel onderzoek, er is geen Nederlands equivalent voor de utiliteitsbouw.
- Seizoensrendement varieert van 2,8 tot 3,9 bij vergelijkbare installaties
- Het verschil bedraagt circa 26 procent van de stookkosten
- Oorzaak is ontwerp en inregeling, met name aanvoertemperatuur en modulatie
- Er bestaat geen Nederlands onderzoek naar dit effect in de utiliteitsbouw
Een warmtepomp die niet goed staat ingeregeld werkt gewoon. Er gaat geen alarm af, niemand klaagt, en het gebouw wordt warm. Dat is precies het probleem: het verschil is alleen zichtbaar op de rekening.
Wat het onderzoek laat zien
is het verschil in seizoensrendement tussen goed en slecht ingeregelde warmtepompen; dat komt neer op circa 26 procent van de stookkosten
Twee Britse datasets werden vergeleken. Een groep zorgvuldig gemonitorde installaties haalde een gemiddeld seizoensrendement van 3,9. Een door de overheid gemonitorde proef kwam uit op 2,8.
Bij 2,8 levert één kilowattuur elektriciteit 2,8 kilowattuur warmte. Bij de huidige verhouding tussen elektriciteits- en gasprijzen kan verwarmen dan duurder uitpakken dan met gas. Bij 3,8 tot 4,0 wordt het duidelijk aantrekkelijk.
De onderzoekers wijzen expliciet op ontwerp en inregeling, met name aanvoertemperatuur en modulatie, en niet op de techniek zelf. Het gaat dus niet om betere warmtepompen maar om beter afgestelde warmtepompen.
Het voorbehoud dat erbij hoort
Dit is Brits onderzoek en het gaat over woningen. Er is geen Nederlands equivalent, en al helemaal niet voor de utiliteitsbouw.
Dat is geen reden om het te negeren, want de fysica is dezelfde en de mechanismen ook. Het is wel een reden om er geen Nederlandse getallen van te maken. Wie u vertelt dat Nederlandse utiliteitswarmtepompen gemiddeld op 2,8 draaien, verzint dat.
Dat er geen Nederlands onderzoek is, is op zichzelf het opvallendste. Er staan tienduizenden warmtepompen in Nederlandse utiliteitsgebouwen en niemand heeft systematisch gemeten hoe die presteren.
Waarom inregeling wegzakt
Een installatie wordt bij oplevering ingeregeld, en dat gaat meestal goed. Daarna gebeuren er dingen.
De aanvoertemperatuur wordt opgehoogd. Iemand klaagt dat het koud is, de monteur zet de stooklijn omhoog, en dat blijft staan. Elke graad hogere aanvoertemperatuur kost rendement.
Het gebruik verandert. Een ruimte krijgt een andere functie, er komen meer mensen bij, of er wordt verbouwd. De regeling is nog op de oude situatie afgestemd.
Een update zet instellingen terug. Bij software-updates van de regeling springen instellingen soms terug naar de fabriekswaarde. Dat is niet zichtbaar tenzij iemand het controleert.
Bijverwarming schakelt te snel in. Elektrisch element of gasketel als achtervang springt aan bij een tijdelijke vraagpiek en gaat er niet meer af. Het rendement zakt in en het gebouw blijft warm, dus niemand merkt het.
Verwarmen en koelen tegelijk. In gebouwen met zowel verwarming als koeling komt het voor dat beide draaien in dezelfde zone. Dat is bijna altijd een instelfout en het is een van de duurste.
Wat u kunt doen
Meet het rendement, niet het verbruik. Een warmtepomp die veel verbruikt in een koude maand is normaal. Een warmtepomp waarvan de verhouding tussen opgenomen elektriciteit en geleverde warmte wegzakt, is dat niet. Daarvoor heeft u beide grootheden nodig.
Controleer na elke ingreep. Na een onderhoudsronde, een update of een verbouwing is het rendement een aantal weken lang de moeite van het volgen waard.
Kijk naar de bijverwarming apart. Als u het aandeel bijverwarming kunt zien, ziet u vaak in één oogopslag waar de winst zit.
Vraag om de ontwerpwaarden. Bij oplevering hoort een verwacht seizoensrendement. Als niemand dat kan noemen, is er ook geen norm om aan af te meten.
Waarom dit nu urgenter wordt
Er werden in 2025 in Nederland ongeveer 136.000 warmtepompen verkocht, tegen 125.000 in 2024. De installaties die de afgelopen jaren zijn geplaatst, komen nu in de fase waarin instellingen verschuiven en niemand meer kijkt.
Daar komt bij dat netcongestie elektrificatie duurder en schaarser maakt. Wie de capaciteit heeft weten te krijgen, kan zich een rendement van 2,8 helemaal niet veroorloven.
Asset Circles volgt het rendement van een warmtepomp continu en signaleert wanneer het wegzakt, in plaats van eenmalig bij oplevering te controleren. Wilt u weten hoe uw installatie presteert, neem dan contact op. Plan een gesprek.
Bronnen
Gerelateerde vragen
Het laatste Nederlandse onderzoek naar de inregeling van installaties is uit 2005
Het enige kwantitatieve Nederlandse onderzoek naar de kwaliteit van gebouwinstallaties dateert van april 2005.
Lees het antwoord →Conditiegericht of voorspellend onderhoud: wat is het verschil eigenlijk?
Conditiegericht onderhoud grijpt in op basis van de gemeten toestand van een installatie nu.
Lees het antwoord →Wilt u dit voor uw eigen gebouwen weten?
We kijken graag met u mee naar wat uw installatiedata laat zien.
Plan een gesprek →Of bel direct: +31 88 410 2600